Paddenstoelen die in het donker gloeien: kun je dat thuis kweken?
Share
Wie 's nachts door een vochtig bos loopt en een zwak groen schijnsel ziet aan de voet van een oude stronk, heeft geen kabouter gezien maar mycelium. Bioluminescentie, licht dat een organisme zelf maakt, komt bij ruim honderd paddenstoelensoorten voor. De meeste leven in de tropen, maar een paar zitten gewoon bij ons. Dit stuk gaat over wat er gloeit, waarom, en over de vraag die we elke zomer een paar keer krijgen: kun je dat thuis kweken?
Waarom geeft een paddenstoel licht?
Door dezelfde soort reactie als bij vuurvliegjes: een stof, luciferine, reageert onder invloed van een enzym met zuurstof en geeft daarbij licht af. Bij paddenstoelen is het licht altijd groen, met een golflengte rond de 520 nanometer, en het brandt dag en nacht door; je ziet het alleen als het donker genoeg is. Waarom ze het doen is nog niet helemaal zeker. De beste verklaring tot nu toe: het licht trekt 's nachts insecten aan die sporen meenemen, zoals bloemen overdag bijen lokken. Bij soorten waarvan alleen het mycelium gloeit, kan het ook een bijproduct van de stofwisseling zijn, een soort ademhaling die toevallig licht geeft.
Welke gloeien er in Nederland?
De bekendste is de honingzwam. Niet de paddenstoel zelf, maar het mycelium en de zwarte draden waarmee hij door hout kruipt geven een zwak groen licht. Vers gebroken, doorgroeid hout van een honingzwamstronk kan in een volkomen donkere kamer, na tien minuten ogen laten wennen, zichtbaar gloeien. Dat verschijnsel heette vroeger "vossenvuur" en werd al in de oudheid beschreven. Verder gloeit hier het mycelium van enkele mycena's, en in de zuidelijke helft van Europa de olijfboomzwam, een oranje paddenstoel waarvan de lamellen echt licht geven. Die laatste is giftig en lijkt op een cantharel, wat een reden is om hem te kennen.
Welke soort geeft het meeste licht?
De sterkste gloeier ter wereld is een kleine mycena uit Brazilië en Japan, Mycena chlorophos, waarvan de hoedjes zo helder groen zijn dat je er in het donker bij kunt lezen. In de hobbykweek is de bekendste de bittere oesterzwam, Panellus stipticus, een klein waaiervormig zwammetje dat op dood loofhout groeit. Let op: alleen de Noord-Amerikaanse stammen daarvan gloeien duidelijk, de Europese doen dat nauwelijks. Wie een gloeiende stam wil, heeft dus een specifieke stam uit een specifieke werelddeel nodig, en niet zomaar de soort.
Kun je het thuis kweken?
Ja, met een gloeiende stam van Panellus stipticus op gesteriliseerd zaagsel of een stuk beukenhout, en met veel geduld. De zwam groeit langzaam, geeft het meeste licht als het mycelium jong en actief is, en vraagt volledige duisternis en aangepaste ogen om iets te zien: een telefoonscherm in de buurt is genoeg om alles weg te spoelen. Het is geen product dat we verkopen, en dat is een bewuste keus. Het is een curiositeit, geen oogst, en de meeste mensen die ermee beginnen zijn na de eerste zwakke groene gloed tevreden en na de tweede maand hun aandacht kwijt. Wie het echt wil, kan bij gespecialiseerde cultuurbanken terecht. Wij houden het bij eetbaar.
Wat je wél thuis kunt doen
Ga in oktober na een natte week een oude stronk zoeken waar honingzwammen op hebben gestaan, breek een stuk zacht, doorgroeid hout af, en neem het mee naar de donkerste kamer van het huis. Tien minuten wachten met de ogen dicht, dan kijken. In een op de paar gevallen zie je het. Het is de goedkoopste en meest verbazingwekkende demonstratie van wat mycelium is die er bestaat, en voor kinderen die na een kweekset meer willen, is dit de excursie die ze onthouden.
En eetbaar?
Geen enkele gloeiende soort is de moeite van het eten waard, en een paar zijn ronduit giftig. Bioluminescentie en eetbaarheid hebben niets met elkaar te maken, dus een gloeiende paddenstoel zegt nul over veiligheid. Het licht is voor de insecten. Wij mogen alleen kijken. Wie liever iets kweekt dat op tafel eindigt, kan altijd terug naar de gewone lichtgevende oesterzwam, en dat is een grapje: die gloeit alleen in de pan.