Regen, droogte en hitte: hoe het Nederlandse weer je stammen beïnvloedt
Share
Een geënte stam vraagt weinig, maar hij vraagt het op momenten die je niet altijd verwacht. Niet in de winter, als iedereen denkt dat de vorst hem de das omdoet, maar in juni en juli, als het drie weken niet regent en niemand aan de stammen denkt. Dit stuk loopt het Nederlandse weer langs zoals een stam het ervaart, en zegt per situatie of je iets moet doen.
Droogte: het enige echte gevaar
Mycelium is voor het grootste deel water en werkt alleen in vochtig hout. Zakt het vochtgehalte van een stam te ver, dan stopt de groei eerst, en sterft het mycelium daarna van buiten naar binnen af. Het eerste jaar na het enten is de kwetsbaarste periode, omdat het mycelium dan nog vlak onder de schors zit, precies waar de stam het snelst droogt. Een stam die in de schaduw ligt en met één kant de grond raakt, houdt het bij normaal weer weken vol. Een stam die rechtop in de zon staat, is na een week hittegolf in de problemen.
De regel: regent het twee weken niet in het groeiseizoen, geef de stammen dan water. Niet een scheutje, maar een uur onder een druppelende slang of een nacht in een bak. Een stam neemt vocht traag op, en een snelle gieter loopt er vooral vanaf. Heb je veel stammen, leg dan een tuinslang met kleine gaatjes over de stapel en zet hem een avond open.
Hitte: erger dan droogte alleen
Bij een hittegolf komen twee dingen samen: het hout droogt en de temperatuur in de schors loopt op tot waarden waar de meeste kweeksoorten stilvallen. Boven de dertig graden in het hout gaat zelfs een oesterzwam in de spaarstand, en shiitake vindt het echt vervelend. De remedie is schaduw en massa. Stammen die tegen elkaar aan liggen houden elkaar koel, stammen half onder een laag bladeren of houtsnippers nog beter. Een enkele stam op een terrastegel in de zon is de slechtste plek die er bestaat. Verhuis hem, desnoods tijdelijk, naar de noordkant.
Regen: bijna altijd goed nieuws
Een natte week is voor een stam wat een warme douche is voor jou. Regen vult het hout aan, verlaagt de temperatuur en zet bij een doorgroeide stam vaak een vlucht in gang. Na een flinke regenperiode in september of oktober loont het om dagelijks even langs de stammen te lopen: dat is het moment waarop de oesterzwammen en shiitakes verschijnen. Het enige nadeel van regen is dat slakken hem ook lekker vinden, en die zijn er dan eerder dan jij. Zie ons stuk over de oogst beschermen.
Te nat bestaat overigens nauwelijks voor een stam die vrij ligt. Een stam die permanent in een plas water of in drassige grond ligt, kan wel gaan rotten van onderen, maar dat is een kwestie van plek, niet van weer. Leg stammen op een paar dunne takken of stenen, dan loopt het water weg.
Vorst: laat maar komen
Hier maken mensen zich het meest zorgen over, en het is het minst nodig. Mycelium in een stam overleeft de Nederlandse winter probleemloos, ook bij min tien. Het zet de groei stil en gaat in het voorjaar verder waar het gebleven was. Het enige wat vorst kan beschadigen zijn paddenstoelen die net aan het groeien waren toen de vorst inviel; die bevriezen en worden zacht. Oogst dus wat er staat als er strenge vorst wordt voorspeld. De uitzondering is het fluweelpootje, dat trekt zich van vorst niets aan en groeit gewoon door.
Wind: de stille uitdroger
Wind wordt vaak vergeten, maar een stam op een open, winderige plek droogt twee keer zo snel als dezelfde stam in de luwte. Dat is de reden dat wij stammen altijd achter een schutting, heg of takkenril leggen, en nooit in het midden van een gazon. Wie geen luwte heeft, kan een stapel stammen aan de windkant afschermen met een paar planken of een rol rietmat. Het hoeft niet mooi te zijn.
De kalender in weertermen
Voorjaar: vochtig houden tijdens de eerste droge periode na het enten. Zomer: water geven na twee droge weken, schaduw bij hitte. Najaar: niets doen, wel dagelijks kijken na regen. Winter: niets doen, alleen jonge paddenstoelen oogsten vóór strenge vorst. Wie dat aanhoudt, heeft van het Nederlandse weer meer hulp dan last.