Waarom de tweede vlucht vaak kleiner is, en hoe je een derde haalt

Na de eerste oogst van een kweekset komt bijna altijd dezelfde mail: de tweede ronde is veel kleiner, doe ik iets fout? Meestal niet. Een kweekblok is een voorraadkast, en elke vlucht eet daar een deel van op. Dat de tweede vlucht kleiner is dan de eerste, is normaal. Dat hij bij sommige mensen half zo groot is en bij anderen bijna even groot, is waar het interessant wordt.

Waarom is de tweede vlucht kleiner?

Het mycelium in een blok heeft in de weken voor de eerste vlucht een enorme voorraad opgebouwd: suikers en eiwitten uit het substraat, opgeslagen in het schimmelweefsel. De eerste vlucht wordt uit die volle voorraad betaald en is daarom de grootste. Daarna moet het mycelium nieuwe reserves bij elkaar eten uit substraat dat al deels verteerd is. Dat gaat trager en levert minder op. Elke volgende vlucht komt uit een armere kast. Bij een oesterzwamblok van ruim drie kilo is een verhouding van grofweg 50, 30 en 20 procent over drie vluchten gebruikelijk.

Wat maakt de tweede vlucht kleiner dan nodig?

Drie dingen, en ze zijn allemaal te voorkomen. Ten eerste uitdroging: veel mensen sproeien trouw tot de eerste oogst en laten het blok daarna staan. Juist in de rustperiode moet het vochtig blijven, anders vormt zich een droge korst waar de volgende vlucht niet doorheen komt. Ten tweede te laat oogsten: een oesterzwam die overrijp aan het blok blijft hangen, geeft sporen af en kost het blok energie die de tweede vlucht had moeten krijgen. Oogst als de hoedranden nog licht naar beneden krullen. Ten derde de oude stompjes: blijven er restjes steel achter na de oogst, dan gaan die rotten en trekken ze schimmel aan. Snijd ze vlak langs het substraat weg.

Hoe forceer je een derde vlucht?

Met een koude douche. Na de tweede oogst ziet een blok er vaak uitgeput uit, maar er zit meestal nog een vlucht in. De methode:

  1. Verwijder alle stompjes en losse stukjes van de oogstplek.
  2. Dompel het hele blok twaalf tot 24 uur onder in koud water. Een emmer, teil of bad, met een bord of steen erop om het onder te houden.
  3. Laat het een uur uitlekken en zet het terug op een koele, lichte plek met frisse lucht.
  4. Sproei dagelijks en wacht. De derde vlucht komt vaak binnen twee tot drie weken.

De onderdompeling doet twee dingen tegelijk: het blok krijgt zijn verloren vocht terug, en de temperatuurschok bootst een najaarsregen na, het signaal waarop de zwam in de natuur vruchten maakt. Het is verreweg de effectiefste truc die we kennen, en hij werkt ook op stammen, zoals we in het stammenstuk beschreven.

En een vierde?

Soms. Herhaal de koude douche na de derde oogst, en accepteer dat de opbrengst klein wordt: een handvol, geen maaltijd. Op een gegeven moment weegt het blok nog maar de helft van toen het aankwam en voelt het kurkdroog en veerkrachtig aan. Dan is de kast leeg. Verkruimel hem in de tuin over een laag houtsnippers, en wie weet komt er in de herfst nog een verrassing uit.

Geldt dit ook voor andere soorten?

Ja, met eigen ritme. Pruikzwam geeft vaak twee mooie vluchten en daarna weinig meer. Eikhaas steekt bijna alles in één grote vlucht en doet daarna meestal nog één kleine. Shiitake op een blok kan met koude douches tot vier of vijf kleine vluchten komen. De roze oesterzwam gaat het snelst van allemaal en is ook het snelst op: drie snelle vluchten in een maand en dan is het klaar.

De samenvatting: de eerste vlucht is een geschenk, de tweede verdien je met sproeien en op tijd oogsten, de derde dwing je af met een koude douche. Wie alle drie meeneemt, haalt uit een blok wat erin zit.

Terug naar blog