Mycelium in het nieuws: gevels, doodskisten, verpakkingen en eiwit uit dezelfde schimmel als in je kweekset

Wie het woord mycelium een paar jaar geleden gebruikte, moest uitleggen wat het was. Inmiddels staat het in bouwvakbladen, in de uitvaartbranche en in de voedingsindustrie, en bijna elke maand is er in Nederland wel een bericht over. Wij lezen dat nieuws met een dubbel gevoel: het gaat over precies het organisme dat in onze kweeksets zit, en het wordt gepresenteerd als iets volkomen nieuws. Dit is een rondje langs de opvallendste berichten van het afgelopen jaar, met per bericht wat een kweker erin herkent.

Een levende gevel van Heijmans

Op de Dutch Design Week in Eindhoven toonde bouwer Heijmans in het najaar van 2025 de Growing Facade: een 3D-geprint wandpaneel van levend mycelium, ontwikkeld met de ontwerpers Eric Klarenbeek en Maartje Dros en gekoppeld aan de Nederlandse paddenstoelenteelt. Het paneel groeit in een mal, is brandvertragend, geurloos, isoleert geluid, en kan aan het eind van zijn leven volledig terug de natuur in. Wat de kweker erin herkent: dit is de plantenpot uit ons eerdere stuk, maar dan geprint en op gevelformaat. Het principe is hetzelfde: mycelium bindt los materiaal tot een geheel, en droogt uit tot een stabiel, licht paneel. Nieuw is de schaal en de printer, niet de schimmel.

Kisten die de bodem voeden

Het Delftse Loop Biotech maakt al een paar jaar doodskisten van mycelium, en het verhaal haalde begin 2026 opnieuw de pers: een kist die in de aarde vergaat en de bodem eromheen verrijkt in plaats van belast. De kist wordt in een mal gegroeid en daarna gedroogd, en is daarmee een groot familielid van elk kweekblok dat op is en in de tuin wordt verkruimeld. Wie ooit een uitgeput blok onder een laag houtsnippers heeft gelegd en een half jaar later donkere, kruimelige grond terugvond, heeft het principe van deze kist zelf al toegepast.

Verpakkingen in plaats van piepschuim

Het Nederlandse Grown.bio maakt verpakkingsmateriaal van mycelium op landbouwrestproducten, als alternatief voor piepschuim. Het is de toepassing die internationaal het verst is: beschermhoeken, dozen en isolatie die een week groeien en daarna composteerbaar zijn. Ook hier is de kweker niet verbaasd. Een oesterzwam die op stro of hennep groeit, maakt in een emmer precies hetzelfde: een licht, stevig, samenhangend blok. Het verschil met een kweekset is dat de verpakkingsindustrie het blok droogt voordat het paddenstoelen maakt, en wij juist daarna.

Mycelium als eiwit op je bord

Wageningen University & Research bracht dit jaar onderzoek naar buiten van Jasper Zwinkels, die promoveert op schimmelmycelium als eiwitbron in voedingsmiddelen. De conclusie in het kort: myceliumalternatieven voor vlees en vis leveren in Nederlandse maaltijden veel hoogwaardig eiwit met een lagere milieu-impact dan veel plantaardige alternatieven. Bedrijven als The Protein Brewery in Breda produceren zulk eiwit inmiddels op industriële schaal. Voor wie het verband zoekt met de keukentafel: een paddenstoel is verdicht mycelium met een hoed erop, en het eiwit waar Wageningen over schrijft is hetzelfde eiwit dat in mythe vier van ons mythenstuk aan bod kwam. Alleen wordt het nu in tanks gekweekt in plaats van in een blok.

En de broedwereld zelf

Minder zichtbaar maar voor ons het interessantst: de Nederlandse vestiging van het Amerikaanse Ecovative, dat broed en substraat maakte voor de myceliumindustrie, is overgenomen door de oprichters van Scelta Mushrooms uit Venlo en gaat verder als OurCelia. Het betekent dat de kennis over broed maken, precies wat wij in het klein doen als we pluggen maken, in Nederland een eigen industrietak wordt. Limburg was al het paddenstoelenhart van Europa voor champignons; het wordt dat nu ook voor mycelium als materiaal.

Wat is er nu echt nieuw?

Niet de schimmel, en niet het principe. Wat nieuw is, zijn de mallen, de printers, de tanks en het geld. Investeerders steken miljoenen in mycelium, schreef een Nederlands vakblad dit jaar, en dat doen ze omdat het organisme drie dingen kan die weinig materialen combineren: het groeit in een week, het bindt afval tot een product, en het vergaat aan het eind zonder spoor. Wij kunnen daar één ding aan toevoegen dat in geen enkel persbericht staat: het is ook nog eens te eten. En wie wil weten hoe het voelt om het te zien groeien, hoeft geen gevel te bouwen. Een zakje broed en een bloempot volstaan.

Terug naar blog